Resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2009 over gezondheidsrisico's in verband met elektromagnetische velden (2008/2211(INI)1.
dringt er bij de Commissie op ...
Vergeleken met de controlesituatie (geen blootstelling) leidde geen van de beide UMTS-
blootstellingen van 1 of 10 V/m tot een verandering van het welbevinden. Dit geldt zowel voor
de uitkomsten van het onderzoek met de nieuwe, gevalideerde vragenlijst als voor dat met de
oorspronkelijke vragenlijst uit het TNO-onderzoek. Onafhankelijk van de sterkte van het
UMTS-veld rapporteerden elektrogevoelige proefpersonen meer symptomen.
De proefpersonen waren bovendien niet in staat om UMTS elektromagnetische velden waar
te nemen. Elektrogevoelige proefpersonen schatten de veldsterkte in het algemeen hoger in
dan de niet-elektrogevoelige proefpersonen, maar ook deze inschatting was onafhankelijk
van de daadwerkelijk aangeboden veldsterkte.
Met betrekking tot de cognitieve prestaties kon geen consistente invloed van UMTS-velden
worden aangetoond. In totaal werden de resultaten van 44 tests geanalyseerd. Bij 42 tests
werden geen effecten geconstateerd. Echter bij 10 V/m werd in een van de tests in de
elektrogevoelige groep ten opzichte van de controlesituatie een minieme toename van de
reactiesnelheid vastgesteld. In de niet-elektrogevoelige groep verminderde, eveneens bij
10 V/m en ten opzichte van de controlesituatie, de nauwkeurigheid bij een andere test met
ongeveer één procent.
De dosimetrische berekeningen wezen uit dat het maximum in het specifieke absorptietempo
in hersenweefsel bij 10 V/m ongeveer een factor 100 lager was dan de grenswaarde die de
ICNIRP5 heeft aanbevolen en zodoende tot een factor 100 lager was dan bij gebruik van een
mobiele telefoon.