|
woensdag, 6 juni 2007 |
|
Donderdag 7 juni 2007 - OOSTERHOUT - Het Oosterhoutse college van
B en W wil dat providers van mobiele telefonie meer duidelijkheid
verschaffen over hun plannen om UMTS-masten te plaatsen. Oosterhout
schaart zich daarmee achter de gemeenten Tilburg en Breda, die al
eerder vroegen om meer helderheid in het zogenaamde 'antenneconvenant'.
In dat convenant
hebben de rijksoverheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en
operators afspraken gemaakt over de plaatsing van UMTS-masten.
Operators hoeven niet altijd een vergunning aan te vragen voor
plaatsing, maar moeten wel van tevoren aangeven waar ze masten willen
plaatsen.
Volgens een woordvoerster van de gemeente Oosterhout biedt het
convenant operators te veel ruimte voor onduidelijkheid. "De
plaatsingsplannen die operators aan gemeenten sturen zijn vaak vaag en
abstract. Ze kunnen nu opschrijven dat ze misschien, eventueel, ergens
in de toekomst een UMTS-mast op een bepaalde locatie willen." Vervelend
voor gemeenten, omdat die hun inwoners daardoor niet goed kunnen
informeren. De gemeente zelf weet immers ook niet altijd of een
operator nu echt een UMTS-mast gaat plaatsen en zo ja, wanneer.
Daardoor worden omwonenden van UMTS-locaties soms pas laat op de hoogte
gesteld.
Breda en Tilburg hebben de rijksoverheid gevraagd
het antenneconvenant aan te passen om de onduidelijkheid over plannen
van operators weg te nemen. De Bredase wethouder Wilbert Willems kon
enige tijd geleden niet eens vertellen hoeveel UMTS-masten zijn stad
precies telde, volgens hem omdat de informatie van de operators zo
ondoorzichtig is.
Volgens de Oosterhoutse woordvoerster kunnen
gemeenten pas een eenduidige communicatie voeren over de masten als de
operators dat zelf ook doen. "Pas als zij zeggen wat ze van plan zijn,
wanneer en waar, kunnen wij dat naar burgers communiceren."
Bron: BN/DeStem
|