Resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2009 over gezondheidsrisico's in verband met elektromagnetische velden (2008/2211(INI)1.
dringt er bij de Commissie op aan de wetenschappelijke basis en de
toereikendheid van de limieten voor blootstelling aan EMV's die zijn
vastgelegd in Aanbeveling 1999/519/EG, te herzien en hierover verslag
uit te brengen aan het Parlement; vraagt dat de herziening door het
Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's wordt
uitgevoerd;
2.
vraagt dat bij het beoordelen van mogelijke gevolgen van
elektromagnetische straling voor de gezondheid in het bijzonder
rekening wordt gehouden met biologische effecten, te meer omdat diverse
studies hebben aangetoond dat de laagste niveaus de schadelijkste
gevolgen veroorzaken; roept op tot actief onderzoek om mogelijke
gezondheidsproblemen tegen te gaan, met name door oplossingen te
ontwikkelen die de puls- en amplitudemodulatie van de voor transmissie
gebruikte frequenties opheffen of beperken;
3. benadrukt dat
het parallel aan of als alternatief voor een wijziging van de Europese
EMV-normen een goede zaak zou zijn wanneer de Commissie samen met
deskundigen uit de lidstaten en de betreffende bedrijfstakken
(elektriciteitsmaatschappijen, telefoonoperators en fabrikanten van
elektrische apparaten, waaronder mobiele telefoons), een handboek zou
opstellen over de beschikbare, efficiënte technologische mogelijkheden
om de blootstelling aan EMV's te beperken;
4. stelt dat de
betrokken bedrijven en infrastructuurbeheerders alsook de bevoegde
autoriteiten nu reeds invloed kunnen uitoefenen op bepaalde factoren
zoals het vaststellen van voorschriften betreffende de afstand tussen
de betreffende locatie en de stralingsbronnen, de hoogte van de locatie
vergeleken met de hoogte van de zendmast en de richting van straling
uitzendende antennes ten opzichte van woonwijken, en dat zij dit
uiteraard zouden moeten doen om de bevolkingsgroepen die in de
nabijheid van dergelijke apparatuur wonen gerust te stellen en beter te
beschermen; verzoekt om een optimale plaatsing van zendmasten en
-toestellen en verzoekt eveneens om een gedeeld gebruik van deze
zendmasten en -toestellen door verschillende aanbieders, met als doel
de verbreiding van slecht geplaatste zendmasten en -toestellen te
beperken; verzoekt de Commissie en de lidstaten passende richtsnoeren
op te stellen;
5. verzoekt de lidstaten en de plaatselijke en
regionale overheden een enkelvoudig vergunningensysteem op te zetten
voor de plaatsing van antennes en transponders, en in de stedelijke
ontwikkelingsplannen een streekplan op te nemen voor de spreiding van
de antennes;
6. spoort de overheidsdiensten die
verantwoordelijk zijn voor de plaatsing van masten voor mobiele
telefonie, ertoe aan om samen met aanbieders van mobiele
telefoniediensten tot overeenkomsten te komen inzake het delen van de
infrastructuren, met als doel het aantal zendmasten en de blootstelling
van de bevolking aan EMV's te beperken;
7. erkent dat
aanbieders van mobiele communicatie- en andere draadloze technologieën
die EMV's uitzenden, inspanningen leveren om milieuschade te voorkomen,
en met name om klimaatverandering tegen te gaan;
8. is van
mening dat, gezien het toenemende aantal gerechtelijke procedures en
het groeiende aantal verbodsmaatregelen van overheidswege betreffende
de installatie van nieuwe EMV-uitzendapparatuur, het in ieders belang
is oplossingen te vinden die berusten op een dialoog tussen
bedrijfsleven, overheid, militaire autoriteiten en belangenverenigingen
van omwonenden over de criteria die worden gehanteerd bij het
aanbrengen van nieuwe gsm-antennes of hoogspanningsleidingen, en er op
zijn minst op toe te zien dat scholen, crèches, rusthuizen en
zorginstellingen zich op een specifieke, op basis van wetenschappelijke
criteria vastgestelde afstand van dit soort apparatuur bevinden;
9.
verzoekt de lidstaten om in samenwerking met dienstverleners uit de
sector blootstellingsoverzichten op te stellen voor het publiek met
gegevens over hoogspanningskabels, radiofrequenties en microgolven, met
name golven van telecommunicatiemasten, radiosystemen en
telefoonantennes; vraagt dat deze gegevens op het internet worden
geplaatst, zodat het publiek ze gemakkelijk kan raadplegen, en via de
media worden verspreid;
10.
stelt voor dat de Commissie onderzoekt of fondsen van de trans-Europese
energienetwerken kunnen worden gebruikt voor het bestuderen van de
effecten van EMV's op extreem lage frequenties en met name op
distributielijnen van elektriciteit;
11.
roept de Commissie ertoe op om tijdens de zittingsperiode 2009-2014 een
ambitieus programma op te zetten voor het meten van de
elektromagnetische biocompatibiliteit tussen kunstmatig opgewekte
straling en straling die op natuurlijke wijze wordt uitgezonden door
het menselijke lichaam, aan de hand waarvan op termijn kan worden
vastgesteld of microgolven ongewenste gevolgen hebben voor de
menselijke gezondheid;
12. verzoekt de Commissie een jaarlijks
rapport op te stellen over het niveau van elektromagnetische straling
in de EU, de bronnen van deze straling en de maatregelen die door de EU
worden genomen om de volksgezondheid en het milieu beter te beschermen;
13.
verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat Richtlijn 2004/40/EG
versneld ten uitvoer wordt gelegd, zodat werknemers daadwerkelijk
worden beschermd tegen EMV's, naar analogie met twee andere
communautaire teksten die werknemers reeds beschermen tegen lawaai en
trillingen , en krachtens artikel 1 van die richtlijn een uitzondering
te maken voor MRI;
14.
betreurt dat de publicatie van de conclusies van het internationale
epidemiologische onderzoek Interphone, dat tot doel heeft na te gaan of
er een verband bestaat tussen het gebruik van mobiele telefoons en
bepaalde vormen van kanker, met name tumoren aan de hersenen, aan de
gehoorzenuw en de oorspeekselklier, sinds 2006 op zich laat wachten;
15.
benadrukt in dit verband de oproep tot voorzichtigheid door de
coördinatrice van het Interphone-project, Elisabeth Cardis, die op
basis van de huidige kennis adviseert om voor wat kinderen betreft de
mobiele telefoon binnen verantwoorde grenzen te gebruiken en de
voorkeur te geven aan de vaste telefoon;
16. is hoe dan ook van
mening dat de Commissie, die in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot
de financiering van deze wereldwijde studie, tot taak heeft de
verantwoordelijken voor het project te vragen waarom de publicatie van
uiteindelijke resultaten uitblijft, en het Parlement en de lidstaten
onmiddellijk op de hoogte te brengen indien ze hierop antwoord krijgt;
17.
adviseert de Commissie tevens, ten behoeve van een doeltreffend
algemeen beleid en begrotingsbeleid, om een deel van de financiële
bijdrage van de Gemeenschap voor studies betreffende EMV's aan te
wenden voor een grootschalige campagne om Europese jongeren bewust te
maken van de goede praktijken bij het gebruik van de mobiele telefoon,
zoals handsfreetoestellen gebruiken, oproepen kort houden, telefoons
uitschakelen wanneer ze niet worden gebruikt (zoals in de klas), en
telefoons gebruiken in gebieden met goede ontvangst;
18.
is van mening dat dergelijke campagnes jonge Europeanen ook bewust
moeten maken van de gezondheidsrisico's van huishoudelijke apparaten en
van het feit dat het beter is dergelijke toestellen uit te schakelen
dan ze in de stand-by-stand te laten staan;
19.
verzoekt de Commissie en de lidstaten meer geld beschikbaar te stellen
voor onderzoek en ontwikkeling (O&O), met als doel de mogelijke
schadelijke gevolgen op lange termijn van radiofrequenties van mobiele
telefonie te beoordelen; vraagt eveneens om een verhoging van het
aantal openbare oproepen voor onderzoeksvoorstellen met betrekking tot
de negatieve gevolgen van blootstelling aan verschillende bronnen van
EMV's, met name wat kinderen betreft;
20.
stelt voor de Europese Adviesgroep inzake de ethiek van wetenschappen
en nieuwe technologieën een bijkomende taak te geven, namelijk de
evaluatie van de wetenschappelijke integriteit, teneinde de Commissie
te helpen eventuele risicosituaties, belangenconflicten of zelfs
gevallen van fraude te voorkómen die zich zouden kunnen voordoen in een
klimaat van toenemende concurrentie tussen wetenschappers;
21.
roept de Commissie op, met het oog op de ongerustheid onder de
bevolking in talloze lidstaten, samen te werken met alle
belanghebbenden, zoals nationale deskundigen, niet-gouvernementele
organisaties en bedrijfstakken, om de beschikbaarheid van en de toegang
tot actuele en voor leken begrijpelijke informatie over draadloze
technologie en beschermingsnormen te verbeteren;
22.
verzoekt de Internationale Commissie voor bescherming tegen
niet-ioniserende straling en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om
meer transparantie en een grotere bereidwilligheid tot dialogeren met
alle belanghebbenden bij het vaststellen van normen;
23.
bekritiseert bepaalde uiterst agressieve marketingcampagnes van
telefoonaanbieders rond de feestdagen en andere bijzondere
gelegenheden, zoals de verkoop van mobiele telefoons die uitsluitend
voor kinderen bestemd zijn of "gratis belminuten" voor tieners;
24.
stelt voor dat de Unie bij haar beleid ten aanzien van de
binnenluchtkwaliteit ook rekening houdt met het onderzoek naar
"draadloze" huishoudelijke apparaten, zoals Wifi voor Internettoegang
en de digitale draadloze telefoon (DECT-telefoon), die de afgelopen
jaren op grote schaal worden gebruikt in openbare gelegenheden en
woningen, waardoor burgers voortdurend blootgesteld worden aan
microgolven;
25.
eist, met het oog op een voortdurende verbetering van de
consumentenvoorlichting, dat de technische normen van het Europees
Comité voor elektrotechnische normalisatie (CENELEC) worden aangepast
met als doel een verplichting inzake de etikettering van de
stralingssterkte in te voeren en ervoor te zorgen dat op elk
"draadloos" apparaat wordt vermeld dat het microgolven uitzendt;
26.
roept de Raad en de Commissie op om samen met de lidstaten en het
Comité van de Regio's te ijveren voor de totstandbrenging van één
enkele norm om de blootstelling van omwonenden bij uitbreiding van het
netwerk van elektrische hoogspanningsleidingen tot een minimum te
beperken;
27. is
buitengewoon bezorgd over het feit dat verzekeringsmaatschappijen de
dekking van risico's die verband houden met EMV's steeds vaker buiten
de WA-polissen houden, waaruit op te maken valt dat de Europese
verzekeraars hun interpretatie van het voorzorgsbeginsel reeds in de
praktijk brengen;
28.
verzoekt de lidstaten het voorbeeld van Zweden te volgen en mensen die
lijden aan elektromagnetische overgevoeligheid, te erkennen als
personen met een handicap, zodat zij passende bescherming en gelijke
kansen krijgen;
29. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te
doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen
van de lidstaten, het Comité van de Regio's en de WHO.
Gehele resolutie
|