Steeds vaker wijst onderzoek uit dat straling van mobiele telefoons
en andere elektronische apparaten schadelijk kan zijn voor onze
gezondheid. Hoe ongerust moeten we ons maken en wat kunnen we er aan
doen?
Draadloze communicatie is, misschien meer dan welke
andere technologie ook, ongelooflijk verleidelijk en wordt bovendien
steeds goedkoper. We kunnen uren kletsen met onze mobiele telefoon
dankzij al die gratis belminuten, we kunnen praktisch overal onze
e-mail ontvangen op onze Blackberry, en over de hele wereld gratis
wi-fiën. Toegegeven, deze technologische ontwikkelingen ‘verbinden’ ons
als nooit tevoren. Maar zoals bij veel dingen die sexy en goedkoop
zijn, is er ook een keerzijde.
Alle draadloze apparaten dragen bij
aan de toename van ‘elektrosmog’, een onzichtbare atmosfeer van
elektromagnetische straling die als een deken over de aardbol ligt.
Elektrosmog
bestaat voornamelijk uit radiostraling, die wordt veroorzaakt door
draadloze apparaten en elektromagnetische velden. Elk elektrisch
apparaat, elke elektrische leidingen creëert een elektromagnetisch
veld. Het is op dit moment waarschijnlijk de snelst groeiende vorm van
vervuiling. We zouden wel eens bloot kunnen staan aan een biljoen keer
zoveel elektromagnetische straling als onze voorouders 150 jaar geleden.
Dat
klinkt ongeloofwaardig, totdat je je realiseert dat alleen al de
radiostraling de laatste twintig jaar sterk is toegenomen sinds de
komst van de mobiele telefoon. Er zijn naar schatting twee miljard
mobiele telefoons in gebruik op de wereld, samen met meer dan 1,3
miljard basisstations (antennes) die op torens en daken over de hele
wereld staan. De radiostraling zal alleen maar toenemen nu er steeds
meer draadloze toepassingen komen. We veranderen onze omgeving op
ongekende wijze.
Moeten we ons echt zorgen maken? Het hang ervan
af aan wie je het vraagt. Hoewel veel onderzoeken de schadelijke
effecten van elektrosmog niet kunnen aantonen, zijn er wetenschappers
die zeggen dat er wél reden tot bezorgdheid is. Doorgaans wordt de
mobiele telefoon als hoofdschuldige aangewezen. De straling die het
wonder der draadloze communicatie mogelijk maakt, zou ook onze
gezondheid schade kunnen toebrengen.
Onderzoekers over de hele
wereld melden dat straling van mobiele telefoons invloed kan hebben op
allerlei functies – van de elektrische activiteit van de hersenen tot
het functioneren van cellen. Wetenschappers in Europa en de voormalige
Sovjet-Unie hebben een verband gelegd tussen radiostraling en een
heleboel menselijke aandoeningen, waaronder hoofdpijn, vermoeidheid,
concentratie- en geheugenstoornissen, slaapstoornissen, verstoring van
het immuunsysteem en het hormonale systeem, en hersentumoren.
Dierproeven hebben uitgewezen dat radiostraling de bloed-hersenbarrière
permeabel kan maken en DNA-strengen daadwerkelijk kan afbreken –
waarbij de blauwdruk van het leven zelf in gevaar komt.
Hoe
fascinerend deze bevindingen ook zijn, ze bewijzen niet afdoende dat
radiostraling gezondheidsproblemen veroorzaakt, een steekhoudend
argument dat de telecommunicatie-industrie herhaaldelijk aanvoert. Dat
is ook logisch. Elke industrie zegt ‘bewijs het maar’ als mensen hun
bezorgdheid uiten over mogelijke gezondheidseffecten van nieuwe
middelen of technologieën. In het verleden heeft de samenleving
daarvoor vaak moeten boeten.
‘Als we wachten op het definitieve
bewijs, gaan we weer terug naar de tijd toen de tabaksindustrie in
staat was wettelijke voorschriften jarenlang op de lange baan te
schuiven door te stellen dat er geen afdoende bewijs was dat roken
longkanker veroorzaakt,’ zegt Cindy Sage, een Californische expert op
het gebied van elektromagnetische velden. ‘Zo verlopen alle discussies
over een mogelijk kankerverwekkende stof. De vraag is, nemen we nú
verstandige voorzorgsmaatregelen of wachten we dertig jaar tot de
industrie wel moet toegeven dat er een bewijs is en wij weer een
generatie of twee hebben verloren?’
Sage behoort tot de
wetenschappers die zeggen dat er genoeg krachtig bewijs is om nu direct
praktische maatregelen te nemen om onszelf te beschermen tegen
blootstelling aan elektromagnetische straling. Zij dringen aan op
voorzorgsmaatregelen – ook al is er gebrek aan bewijs. Hun
aanbevelingen zijn grotendeels gebaseerd op het zogeheten
voorzorgsbeginsel, een beleidsinstrument dat het veiligste alternatief
aanbeveelt voor elke technologie, chemische stof of activiteit die
mogelijk schadelijk is, zelfs als dit wetenschappelijk niet met
zekerheid kan worden vastgesteld.
In september 2006 ondertekenden 31
wetenschappers uit 13 landen de Benevento-resolutie, een nieuwe
internationale oproep tot onafhankelijk onderzoek en meer
voorzorgsmaatregelen om het publiek te beschermen tegen gevaarlijke
blootstelling aan alle vormen van elektromagnetische straling. Maar hoe
alarmerend dat ook klinkt, je hoeft je mobiele telefoon niet weg te
gooien. Nog niet, in ieder geval.
Bestaan er dan geen
veiligheidsnormen voor draadloze communicatie? Jawel, maar volgens een
aantal onderzoekers zijn deze normen verouderd en ontoereikend. En
steeds vaker blijkt dat zij het bij het rechte eind hebben.
De
radiostraling van draadloze apparaten, evenals de elektromagnetische
velden van elektrische leidingen en apparaten, zijn vormen van
niet-ioniserende straling, die te zwak is om chemische verbindingen te
verbreken. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en overheden over de
hele wereld hebben veiligheidsnormen vastgesteld onder het niveau
waarop deze straling weefsel kan verhitten of verbranden. Deze normen
zijn gebaseerd op de veronderstelling: als de straling je niet kan
‘roosteren’, kan het dus geen kwaad.
Een van de eerste onderzoekers
die deze veronderstelling fanatiek aanvocht, was de Amerikaanse
epidemioloog Nancy Wertheimer. Toen opmerkelijk veel kinderen in Denver
in de Amerikaanse staat Colorado, in de jaren zeventig leukemie kregen,
ging Wertheimer op zoek naar antwoorden. Wat ze ontdekte, was een schok
voor haar en leidde tot een discussie die tot op de dag van vandaag nog
niet in hevigheid is afgenomen.
Wertheimer en natuurkundige Ed
Leeper rapporteerden in 1979 dat kinderen die dicht bij een
transformatorhuisje woonden twee tot drie keer zoveel kans hadden om te
overlijden aan kanker (voornamelijk leukemie en hersenkanker) als
kinderen die er verder vandaan woonden. Uitkomsten van latere
onderzoeken elders in de wereld zijn niet eenduidig, maar afgelopen
zomer hebben Japanse wetenschappers opnieuw een mogelijk verband
vastgesteld tussen blootstelling aan elektromagnetische velden en
leukemie bij kinderen.
Hoewel de bevindingen van Wertheimer controversieel waren, baanden
ze de weg voor onderzoek naar de mogelijke gezondheidseffecten van
elektromagnetische velden en radiostraling, dat tot op de dag van
vandaag voortduurt. ‘Als je gelooft dat er een verband is tussen
elektromagnetische velden en leukemie bij kinderen, moet je accepteren
dat er een bepaalde biofysische interactie plaatsheeft,’ zegt dr Louis
Slesin, die als hoofdredacteur van Microwave News al 25 jaar bericht
over niet-ioniserende straling. ‘En dan moet je je afvragen: wat
gebeurt er nog meer? Als je eenmaal toegeeft dat het “onmogelijke”
mogelijk is, moet je de andere potentiële effecten serieus nemen.’
In
de jaren na Wertheimers project in Colorado hebben onderzoekers een
mogelijk verband gevonden tussen elektromagnetische velden en een
aantal soorten kanker. ‘Elektromagnetische velden kunnen veel
verschillende stelsels in het lichaam aantasten en de relatie ertussen
is gecompliceerd,’ aldus B. Blake Levitt, auteur van Electromagnetic
Fields: A Consumer’s Guide to the Issues and How to Protect Ourselves.
‘Onderzoekers ontdekken statistisch significante toenames in leukemie,
hersenkanker, melanomen, en borstkanker bij mannen. Doorgaans zijn de
toenames niet groot – tussen de 1 en 5 procent – maar als er een
samenhangend patroon uitstijgt boven het verwachte, dan wordt dat
meestal als belangrijk beschouwd en is het vaak het topje van een
ijsberg.’
Tegenwoordig vermoeden sommige wetenschappers dat
elektromagnetische velden en radiostraling andere aandoeningen en
symptomen kunnen veroorzaken bij de geschatte 3 tot 30 procent van de
mensen die gevoelig zijn voor elektrosmog. Bij deze ‘elektrogevoeligen’
komen symptomen voor die variëren van hoofdpijn en slaapstoornissen tot
verwardheid en chronische vermoeidheid. Sommigen zeggen dat ze zo zijn
verzwakt dat ze hun werk hebben moeten opgeven en – in de ergste
gevallen – zonder elektriciteit moeten leven.
Elektromagnetische
velden van ‘vuile elektriciteit’ kunnen ook chronische ziekten
veroorzaken, waaronder diabetes en multiple sclerose. Dat zegt Magda
Havas, professor in milieukunde en natuurlijke hulpbronnen aan Trent
University in het Canadese Peterborough. Hoewel ze tot nu toe niet veel
onderzoek heeft gedaan, hebben haar voorlopige bevindingen veel stof
doen opwaaien.
Havas definieert vuile elektriciteit als een
mengelmoes van elektromagnetische signalen, variërend van radiostraling
van basisstations tot stroomstoten uit de elektrische bedrading van
apparaten in huis. Het is een probleem dat in fabrieken en kantoren kan
worden verholpen door grote condensatoren te plaatsen die vervuilende
frequenties wegfilteren. Voor woonhuizen is dat echter geen optie.
Havas heeft de Graham/Stetzer-filter, die is ontwikkeld voor gebruik in
huis, getest in de huizen van mensen met een chronische ziekte.
In
eerste instantie kon Havas sommige van haar bevindingen zelf niet
geloven. Ze ontdekte dat bij een aantal mensen met diabetes het
opruimen van de elektrische omgeving leidde tot een vermindering van de
symptomen. In sommige gevallen daalde de nuchtere bloedsuikerspiegel
van diabetici zo drastisch dat ze minder insuline nodig hadden. Bij een
paar mensen met multiple sclerose behaalde ze dezelfde verrassende
resultaten. In één geval was een man van eind twintig met progressieve
MS in staat zonder stok te lopen nadat de vuile elektriciteit in zijn
huis was gefilterd.
Havas (die overigens niet wordt betaald door
Stetzer Electric, het bedrijf dat de filters levert) haast zich om erop
te wijzen dat haar onderzoek nog maar een klein aantal mensen betreft –
tot nu toe twintig diabetici en een paar MS-patiënten – en dat velen
helemaal geen verbetering zien in hun symptomen nadat de elektriciteit
in hun huis is gereinigd. Haar hypothese is dat degenen die er wel op
reageren, overgevoelig zijn voor elektriciteit. In 2004 heeft ze in
Praag haar casestudies gepresenteerd tijdens een workshop van de
Wereldgezondheidsorganisatie over ‘elektro-overgevoeligheid’. Diabetici
die hun gezondheid zagen verbeteren nadat de elektronische filters
waren geïnstalleerd, noemt ze ‘type 3-diabetici’. Ze heeft een verslag
van haar bevindingen voorgelegd aan internationale wetenschappelijke
tijdschriften.
Terwijl de gezondheidseffecten van elektromagnetische velden vaag
blijven, is er de afgelopen jaren meer bezorgdheid ontstaan over de
mogelijke gevaren van radiostraling nu draadloze technologie zo in
opkomst is. Het voornaamste probleem: elke keer als je niet-handsfree
met je mobiele telefoon belt, zet je een microgolfantenne naast je
hersenen.
Straling van mobiele telefoons is niet sterk genoeg om
je grijze cellen te roosteren, maar kan wel op andere manieren
schadelijk zijn. Hoe is het nu mogelijk dat zo’n zwakke straling ons
letsel kan toebrengen? Niemand weet het precies. We weten dat bepaalde
frequenties van elektromagnetische straling direct kunnen inwerken op
levende organismen en ze zelfs verstoren, net als de straling van
mobiele telefoons het navigatiesysteem van een vliegtuig kan hinderen.
Bovendien heeft een aantal wetenschappers ontdekt dat de gepulseerde
digitale radiostraling die gebruikt wordt door nieuwere mobiele en
draadloze telefoons nog grotere biologische effecten kan hebben. Ons
lichaam blijkt een nauwkeurig afgestemd instrument te zijn.
Mensen
absorberen zonder problemen de frequenties van radio en televisie, maar
dat zijn passieve ontvangers die geen gevaar voor de gezondheid zijn
(hoewel het een ander verhaal wordt als je naast een krachtig
zendstation woont). Mobiele telefoons en andere draadloze apparatuur
gebruiken hogere radiofrequenties op het elektromagnetisch spectrum,
waaronder de kortegolfband. Hoe hoger de frequentie, des te korter de
golflengte. Hoe korter de golflengte, des te makkelijker het lichaam de
energie absorbeert en des te meer kans op biologische effecten.
Een
van de eerste wetenschappers die de biologische effecten van
mobiele-telefoonstraling heeft aangetoond, is Henry Lai, professor in
de biotechniek aan de University of Washington in Seattle. Lai en zijn
collega N.P. Singh ontdekten dat de straling van mobiele telefoons
DNA-strengen kan afbreken in de hersencellen van ratten. Ze namen dit
effect waar nadat de ratten slechts twee uur waren blootgesteld aan de
straling.
Lai veronderstelt dat de straling van mobiele telefoons
DNA-strengen afbreekt door de vorming van vrije radicalen in het
blootgestelde weefsel te stimuleren. Deze onstabiele moleculen zouden
cellen en DNA beschadigen in een proces dat ten grondslag ligt aan
alles, van kanker tot veroudering. Als Lai gelijk heeft, zijn de
implicaties hiervan enorm. Als het beschadigde DNA in de neuronen niet
goed herstelt, kan het leiden tot kanker. Verder wordt het ook in
verband gebracht met alzheimer, parkinson en andere neurodegeneratieve
ziekten.
‘Het grootste menselijke biologische experiment ooit’: zo
omschrijft dr Leif Salford, hoofd van de afdeling neurochirurgie van
het Lund Universiteitsziekenhuis in Zweden, de wereldwijde
blootstelling aan radiostraling.
De meeste mensen maken zich zorgen over de vraag of mobiele
telefoons nu wél of níet hersentumoren veroorzaken. In veel onderzoeken
is hier geen verband tussen gevonden. Maar twee Zweedse onderzoeksteams
berichten dat veelvuldig gebruik van mobiele telefoons gedurende meer
dan tien jaar het risico verhoogt op een akoestisch neuroom, een
goedaardige tumor in de gehoorzenuw. Een van de groepen, geleid door
professor Lennart Hardell van de Öreboro Universiteit en Kjell Hansson
Mild van het Zweedse Arbeidsleveninstituut, vond een grotere kans op
hersentumoren bij veelvuldig gebruik van mobiele of draadloze telefoons
gedurende meer dan tien jaar.
Ook neemt de bezorgdheid toe over
mogelijke gezondheidseffecten van basisstations (meestal op
telefoonmasten). Hoewel blootstelling aan radiostraling van een mobiele
telefoon ongeveer duizend keer hoger is omdat je de telefoon tegen je
hoofd drukt, staan mensen die vlak bij zo’n basisstation wonen
voortdurend bloot aan de straling.
Met name in Europa hebben mensen
die in de buurt van een basisstation wonen soms problemen met hun
gezondheid. Onderzoekers in ondermeer Frankrijk, Duitsland en
Oostenrijk hebben deze ‘clusters’ onderzocht en sommigen vonden
inderdaad een hogere concentratie van slaapstoornissen, vermoeidheid en
hoofdpijn bij mensen die vlak bij zo’n mast wonen. De Franse groep
ontdekte dat de symptomen erger waren bij degenen die binnen een
afstand van honderd meter woonden. Veel personen meldden ook klachten
als depressie, geheugenverlies, prikkelbaarheid, duizeligheid en
misselijkheid.
Zijn zulke ontdekkingen puur toeval? Die conclusie
moeten we niet te snel trekken, aldus dr Michael Kundi, epidemioloog
aan de Medische Universiteit van Wenen die al tientallen jaren
onderzoek doet naar de mogelijke gezondheidseffecten van
elektromagnetische velden. ‘Zelfs hoewel er misschien een toevallige
relatie is tussen basisstations en sommige aandoeningen die in de buurt
daarvan voorkomen, denk ik dat we de symptomen van deze mensen serieus
moeten nemen,’ zegt Kundi. ‘Er moet ook onderzoek komen naar de
mogelijke relatie tussen basisstations en de ontwikkeling van
chronische ziekten. Dat wordt ingewikkeld, maar het kan en moet
gebeuren.’
Maar het soort onderzoek dat Michael Kundi en velen van zijn
collega’s graag zouden zien, zal jaren in beslag nemen, vooral gezien
het feit dat onafhankelijke financiering van dergelijke projecten
zeldzaam is in Europa en in de Verenigde Staten al helemaal niet
voorkomt. Net als vroeger met de tabaksindustrie het geval was, heeft
de telecommunicatie-industrie (goed voor 450 miljard euro) een grote
invloed op het onderzoek.
Hoeveel invloed? Anke Huss en Matthias
Egger van het Institut für Sozial- und Präventivmedizin in Basel hebben
daar onlangs antwoord op gegeven. Ze bestudeerden de uitkomst van 59
onderzoeken naar de gezondheidseffecten van mobiele-telefoongebruik
gebaseerd op financieringsbronnen. In een verslag in Environmental
Health Perspectives (september 2006) melden ze dat ‘onderzoeken die
uitsluitend door de industrie werden gefinancierd inderdaad minder
geneigd waren om statistisch significante effecten te melden op een
reeks van eindpunten die relevant kunnen zijn voor de gezondheid’. Hun
conclusie: ‘Bij de interpretatie van resultaten van onderzoeken naar
gezondheidseffecten van radiostraling moet rekening worden gehouden met
sponsoring.’
De invloed van de industrie op onderzoek is een van de
voornaamste zaken die de wetenschappers die de Benevento-resolutie
hebben ondertekend, willen veranderen. Deze verklaring roept op tot
onafhankelijk gefinancierd en door de overheid gecontroleerd onderzoek
naar mogelijke gezondheidseffecten van elektromagnetische velden en
radiostraling, zodat maatregelen kunnen worden genomen om de
volksgezondheid te beschermen.
Op dit moment zijn er slechts een
paar landen die een preventiebeleid hebben om blootstelling aan
niet-ioniserende straling tot een minimum te beperken. Italië,
Zwitserland en Luxemburg hebben de strengste regels; Griekenland en
Israël hebben minder stringente richtlijnen. Zwitserland, dat in 1983
het voorzorgsbeginsel in alle milieuwetten heeft geïntegreerd, heeft in
1999 een wet aangenomen omtrent de uitstoot van niet-ioniserende
straling vanuit alle vaste bronnen, inclusief hoogspanningsleidingen en
basisstations.
Volgens de Zwitserse wet moet bij de bouw van
basisstations rekening worden gehouden met een maximum blootstelling
van 4 tot 6 volt per meter in nabijgelegen ‘gevoelige locaties’ zoals
woonhuizen, scholen, kantoorpanden en speeltuinen. Voordat een
telecommunicatiebedrijf een mast plaatst, moet er een vergunning worden
aangevraagd, waarbij men exacte berekeningen moet indienen waaruit
blijkt dat de radiostraling niet boven het wettelijke maximum uitkomt.
De aanvraag wordt dan in behandeling genomen door de lokale overheid en
mensen kunnen bezwaar indienen. Als uit de berekeningen blijkt dat de
straling tot aan 80 procent van het maximum komt, zal de overheid
meestal een nieuwe meting eisen door een onafhankelijk bureau nadat de
mast is geïnstalleerd. Wanneer de mast het stralingsmaximum
overschrijdt, moet het bedrijf de capaciteit verminderen.
Hoewel
deze benadering in Zwitserland in eerste instantie stuitte op weerstand
bij de industrie, is dat nu niet meer het geval, aldus Jürg Baumann,
hoofd van de afdeling niet-ioniserende straling van het Zwitserse
Federaal Departement van Milieu. ‘In alle betrokken kringen wordt
geaccepteerd dat als deze technologie negatieve effecten heeft, we daar
een oplossing voor moeten vinden,’ zegt Baumann. ‘Vroeger werden
rapporten en bevindingen simpelweg genegeerd door degenen die er niet
voor openstonden.’
Waarom zijn er niet meer landen die het voorbeeld
volgen van Zwitserland en andere landen die voorzorgsmaatregelen nemen?
Volgens Baumann wachten ze wellicht op nieuwe aanbevelingen van de
Wereldgezondheidsorganisatie, die haar veiligheidsrichtlijnen nog
steeds heeft gebaseerd op een stralingsniveau dat weefsel kan verhitten
of verbranden. Hij betwijfelt of de WHO daar binnenkort verandering in
zal brengen. Waarschijnlijk is de WHO bang dat de huidige richtlijnen
in twijfel worden getrokken als de organisatie een verdere
terugdringing aanbeveelt.
De 31 wetenschappers die de
Benevento-resolutie hebben ondertekend, wachten niet op verder advies
van de Wereldgezondheidsorganisatie. De resolutie is opgesteld in 2006
in Italië tijdens een workshop georganiseerd door de nieuwe
International Commission on Electromagnetic Safety. Ze representeert
een opkomende beweging onder wetenschappers die pleit voor het nemen
van voorzorgsmaatregelen – vooral bij gebrek aan zekerheid.
‘Wij
geloven dat er overtuigend bewijs is voor gezondheidsrisico’s in
verband met blootstelling aan elektrische en magnetische velden en
elektromagnetische straling,’ zegt Martin Blank, professor in
fysiologie en cellulaire biofysica aan Columbia University. ‘De sterke
toename van blootstelling aan elektromagnetische velden zou heel goed
kunnen bijdragen aan de toename van gezondheidsproblemen in onze
samenleving,’ aldus Blank. Hij heeft significante veranderingen in
cellen waargenomen als ze werden blootgesteld aan een kleine
hoeveelheid elektromagnetische velden. ‘Het publiek zou bewust gemaakt
moeten worden van de biologische effecten van elektromagnetische velden
en mensen zouden actie moeten ondernemen om zichzelf te beschermen.’
Behalve
dat de resolutie oproept tot onafhankelijke financiering en toezicht op
het onderzoek, wordt er ook bij overheden aangedrongen op de
ontwikkeling van voorzorgsrichtlijnen om de volksgezondheid te
beschermen. Specifieke aanbevelingen zijn onder meer: alternatieven
voor draadloze technologie promoten, fabrikanten verplicht stellen
handsfreesets te leveren bij alle mobiele en draadloze telefoons, het
gebruik van mobiele telefoons door jonge kinderen terugdringen en
draadloosvrije zones aanwijzen in steden en openbare gebouwen.
Maar we hoeven niet te wachten tot de regering actie onderneemt. Er
zijn genoeg dingen die we zelf kunnen doen om blootstelling aan
elektromagnetische velden en radiostraling tot een minimum te beperken
(zie kaders). Tegelijkertijd kunnen we ons als individuen en als
gemeenschap afvragen of technologische innovaties het leven echt beter
maken.
Dergelijke weloverwogen keuzes kunnen ons helpen de weg te
vinden door de elektrosmog naar een toekomst waarin technologie ons
dient zonder onze gezondheid in gevaar te brengen. En publieke
bezorgdheid is een krachtige stimulans voor verandering. ‘Ik ben
behoorlijk hoopvol gestemd,’ zegt Magda Havas. ‘We hebben een
ongelooflijke vooruitgang gezien op het gebied van asbest, ddt, zure
regen, pcb’s, sigarettenrook en lood, dus ik ben ervan overtuigd dat we
uiteindelijk een goede wetgeving krijgen die de plaatsing van
telefoonmasten en de plekken waar je je mobiele telefoon mag gebruiken
zal beperken, en dat er draadloosvrije zones komen. Ik hoop alleen dat
dat binnen een paar jaar gebeurt in plaats van pas over tientallen
jaren. Hoe snel het gaat, hangt ervan af hoe geïnformeerd en hoe
verstandig wij als bevolking zijn en hoeveel we geven om onze
gezondheid.’
Bron: Ode
|